Geschiedenis van het vak niet-confessionele zedenleer

 

Tijdens de Oostenrijkse, Franse en Nederlandse periodes in onze contreien wordt het kerkelijk monopolie in het onderwijs geleidelijk afgebroken. Deze geschiedenis lezen we uitgebreid in de cursus “Organisatie van het onderwijs in historisch perspectief” van VUB-prof. Jeffrey Tyssens. De Oostenrijkers vielen het kerkelijk alleenrecht in het onderwijs het eerst aan door bij te dragen aan de ontbinding door de paus van de orde der jezuïeten, die in het secundair onderwijs een belangrijke rol speelde. Maria-Theresia opende in 1777 15 staatscolleges omdat ze vond dat een moderne staat goed opgeleide ambtenaren nodig had wier loyauteit in de eerste plaats naar de staat zou gaan en niet naar de kerk. Opvolger Jozef II ging op dat elan nog een stuk verder en trachtte de kerk te onderwerpen aan het staatsgezag en plaatste zelfs de priesteropleiding onder overheidscontrole door de oprichting van 2 staatsseminaries in 1786. Onder Frans regime werd verdergegaan met de ontmanteling van de kerkelijke almacht over de school, zij het dan alleen op niveau van secundair en hoger onderwijs. Deze hervormingen hebben geen blijvende stempel gedrukt op de structuren van het Belgisch onderwijs, aldus Tyssens.

De Nederlanders hebben dat wel gedaan. Willem I heeft een staatsonderwijssysteem ontwikkeld van het gecentraliseerde type. In 198 was er bij ons voor het eerst een gespecialiseerd ministerie van onderwijs. Willem besteedde bijzondere aandacht aan de opleiding van onderwijzers. In dat kader wordt de rijksnormaalschool van Lier opgericht in 1816. Ondertussen had het episcopaat talrijke klein-seminaries ingericht die bedoeld waren als vooropleiding voor aspirant-priesters, maar waar ook leerlingen zonder roeping middelbaar onderwijs genoten. Dit gebeurde zonder overleg met de centrale overheid en Willem beval uiteindelijk in 1825 met de sluiting van alle middelbare scholen die niet met toestemming van de koning waren opgericht. Meer dan ooit leidden deze klassieke maatregelen van restrictie van het kerkelijke initiatief en de vervanging door publieke overheden tot een harde confrontatie met de katholieke hiërarchie die elk compromis weigerde en een gedreven oppositie begon te voeren. Willem heeft nog geprobeerd om een paar van die laïciserende maatregelen terug te schroeven, maar de kloof tussen noord en zuid was ondertussen te diep en in september 1830 heeft een unionistisch monsterverbond van katholieken en liberalen het bewind van Willem overgenomen. Reeds in oktober 1830 riep het Voorlopig Bewind de algehele vrijheid van onderwijs uit. De normaalschool van Lier ging dicht, de gemeenten herwonnen hun volle vrijheid en sloten vaak de lagere of middelbare scholen uit klerikalisme of onverschilligheid.

 

Dus, bij het ontstaan van België in 1830 verwierf de Katholieke Kerk weer de overmacht in het onderwijs, bouwde in sneltempo een eigen onderwijsnet uit en bepaalde ook in het officiële onderwijs – op welk niveau ook - de regels. Ons onderwijs was doordrongen van katholicisme. Vrijzinnigen protesteren. Dan begint de voorgeschiedenis van het vak niet-confessionele zedenleer met de wet van 1842 die voorziet in de mogelijkheid tot vrijstelling voor het volgen van de godsdienstlessen. In die tijd voorziet de wet immers dat godsdienst een essentieel onderdeel moet vormen van het openbaar onderwijs. De liberale partij behaalt in 1878 de absolute meerderheid en vormt de homogeen-liberale regering Frère-Orban-Van Humbeek. De wet Van Humbeek (1879) schrapt het godsdienstonderricht van het programma in de gemeentenscholen en vervangt het door een niet-confessionele universele moraal. Die les moraal was wel eerder een cursus geïnspireerd op het Nederlands voorbeeld van christelijk oecumenisme met de nadruk op de godsdienstige overtuigingen van de leerlingen. De cultusbedienaren werden zonder onderscheid van eredienst ook nog uitgenodigd om na de schooluren in een ter beschikking gesteld lokaal godsdienstles te geven aan de leerlingen die deze wensten te volgen. De hevige tegenreactie die deze wet uitlokt in het katholieke kamp ontketent de eerste schoolstrijd. De strijd werd niet alleen op politiek niveau gevoerd. Met een formele weigering van sacramenten en met andere vormen van excommunicatie legden de bisschoppen een morele terreur op: iedereen die op een of andere manier het officieel onderwijs steunde onderging een strikte religieuze sanctionering. De homogeen katholieke regering van 1884 voerde met de wet Schollaert (1885) in de gemeentenscholen het verplichte vak katholieke godsdienst weer in, met de mogelijkheid tot schriftelijke aanvraag tot vrijstelling. Het verzet van liberalen en socialisten tegen deze wet resulteerde in collectieve vrijstellingsaanvragen van ouders in steden als Brussel en Antwerpen. Stedelijke scholen werden op die manier de facto gelaïciseerd en de centrale overheid heeft de zaak kennelijk niet willen forceren.

 

 

alt

Vele jaren later, wanneer de wind van de katholieke eenheidsgeest binnen het officiële onderwijs gaat liggen, begint de cursus moraal geschiedenis te schrijven. In 1924 neemt de socialistische onderwijsminister Jules Destrée de beslissing om de moraalles ook te laten doorgaan in het middelbaar onderwijs en in de normaalschool. Het basisonderwijs en het technisch onderwijs moeten op hun les moraal wachten tot 1959. De wet van 29 mei 1959 – de Schoolpactwet – legde voorgoed de regeling vast van de levensbeschouwelijke vakken.

 

Bij het begin van het schooljaar 1959-1960 aanbeland, is het eindelijk zover: ouders krijgen in het officiële onderwijs de (verplichte) keuze tussen de erkende godsdiensten of NCZ. Op een opleiding voor leermeesters en leerkrachten NCZ is het wel nog even wachten, maar dit belet de cursus NCZ niet om verder uit te groeien. Na de oprichting van het Humanistisch Verbond (1951) zal één van de centrale HV-figuren en tevens de eerste inspecteur moraal, Richard Van Cauwelaert, de Werkgemeenschap Leraren Ethiek (WLE, 1952) oprichten. De leerkracht moraal ontmoet op dat moment de nieuw georganiseerde vrijzinnigheid. Aangekomen in de jaren ’60 zal de ondertussen opgerichte Oudervereniging Voor Moraal (OVM, in 1961 onder impuls van inspecteur Van Cauwelaert) samen met HV bij de onderwijsminister aandringen op een degelijke opleiding van de leerkrachten NCZ. In 1963 wordt de specifieke opleiding voor toekomstige leerkrachten NCZ een feit.

Vaak wordt de cursus NCZ verkeerd begrepen als een vrijblijvende, neutrale restcursus voor wie nu eenmaal niet zijn/haar gading vindt in de godsdiensten van het boek en de erkende afgeleide godsdienstige stromingen. Maar niets is minder waar. De grondslag van een cursus moraal als de cursus NCZ is van bij het begin stevig verankerd in het vrijzinnig-humanistisch gedachtengoed.

De grondwetswijziging van 1993 maakt een eind aan de schending van het fundamenteel gelijkheidsbeginsel van de feitelijk erkende levensbeschouwingen: de niet-confessionele levensbeschouwing krijgt eindelijk de juridische erkenning die haar toekomt. In het zog van deze overwinning en in navolging van het uitgevaardigd decreet voor de inspectie van de levensbeschouwelijke vakken, komt de cursus NCZ in 1994 onder de hoede van de RIBZ, de Raad voor Inspectie en Begeleiding niet-confessionele Zedenleer. De uitgebreide samenstelling van de Raad zorgt voor een ruim draagvlak vanuit de verschillende segmenten van de niet-confessionele gemeenschap. Zo bestaat de Raad o.m. uit vertegenwoordigers van erkende lidorganisaties van de Unie Vrijzinnige Verenigingen (UVV): WLE-DigiMores, Humanistische Jongeren (HUJO), HV en OVM (nu samengebald in Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, H-VV).

Het vak wordt omringd en ondersteund door 9 inspecteurs-adviseurs en vier leerlingentijdschriften voor de verschillende onderwijsniveaus waarin NCZ wordt gegeven (3 voor het basis en 1 voor het secundair). Die ondersteuning is er ook vanuit de basis: de digitale werkgemeenschap van leerkrachten NCZ die de handen in elkaar slaan op http://www.nczedenleer.org/ om de lessen NCZ geïnspireerd en onderlegd in de praktijk vorm te geven. Daarnaast blijven er regionale WLE-groepen actief.

Momenteel is de cursus NCZ in Vlaanderen uitgegroeid tot het populairste levensbeschouwelijk vak in het officieel secundair onderwijs. In het basisonderwijs liggen de verhoudingen nog anders.

 

01/02/2010

Niet-Confessionele Zedenleer

Rooms-Katholieke Godsdienst

Islamitische Godsdienst


 

Basisonderwijs

 

34 %

44,4 %

17,8 %

Secundair onderwijs

56,7 %

26 %

13,7 %

 

De cursus NCZ is een uniek vak. Alleen daar leer je in schoolverband hoe je een wereld-, maatschappij- en mensbeeld kan vormen dat vrij is van dogma’s en bijgeloof. Ook op wereldvlak: alleen Nederland en de regio Berlijn hebben een gelijkaardig vak. Daarover straks meer. Alleen in België zijn de Verlichtingsideeën ook op levensbeschouwelijk vlak zo sterk doorgedrongen.

Kurt Geeraerts, OVM Halle

 

Heeft de tijd het Schoolpact ingehaald?

 

Op 25 november 2009 verschijnt in Knack het artikel ‘De tijd heeft het Schoolpact ingehaald’ van doctor in de moraalfilosofie Patrick Loobuyck. Hij pleit daarin voor een nieuw vak over levensbeschouwing in het secundair onderwijs. Op 22 maart 2011 schrijft deze docent van de Universiteit Antwerpen net hetzelfde naar aanleiding van het onderwijscongres van GROEN! dat er aan voorafging. De titel van zijn opiniestuk in De Standaard is ‘Weg met zedenleer, iedereen zedenleer’. Hij schaart zich achter het idee van GROEN! om een verplicht vak in te voeren voor alle leerlingen; het vak zou dan heten ‘Burgerschap, filosofie en levensbeschouwing’ en zou een kritische reflectie moeten zijn, gebaseerd op vrij onderzoek. Er wordt opnieuw hevig op gereageerd vanuit katholieke hoek en dat is evident: vrij onderzoek introduceren in een les over godsdienst is nefast voor die godsdienst, want als er geen bewijs is voor God en Zijn Woord is niet onfeilbaar en Zijn Praktijk leidt tot homohaat, massaal kindermisbruik, anti-abortusactivisme, creationisme, etc, dan kan je veronderstellen dat gelovigen daar niet op zitten te wachten. Loobuyck vindt het verrassend dat ook vanuit vrijzinnige hoek afwijzend wordt gereageerd. Hij begrijpt niet dat leerkrachten zedenleer  een boeiend praktisch vak omgezet zien worden in een saai theoretisch vak. Wie goed nadenkt ziet ook de onmogelijkheid in om verschillende levensbeschouwelijke visies met mekaar te verzoenen in een lesmoment zonder in een relativisme te vervallen van ‘alles is evenwaardig’. Gelovigen zijn trouwens bang dat een vrijzinnige aan hun kind zou lesgeven over levensbeschouwingen en vrijzinnigen staan er niet op te wachten dat hun kinderen voortaan les zouden krijgen van een 'voormalige' leerkracht katholieke godsdienst die in haar vrije tijd cathecheselessen gaf in de plaatselijke parochie.

Met haar reactie in De Standaard van 24/03/11, getiteld “Weg met de schoolvrijheid?” wijst Sonja Eggerickx - toenmalig voorzitter van UVV en voorzitter van de International Humanist and Ethical Union - ook op het gebrek aan respect jegens gelovigen die vanuit hun perspectief een pedagogisch project hebben waar ze over nagedacht hebben en dat ze nastrevenswaardig vinden. Op 26 maart geeft ook filosoof Ludo Abicht zijn opinie in De Standaard met als titel “Geen godsdienst, geen zedenleer”. Hij ondersteunt het voorstel van GROEN! maar hij geeft in zijn opiniestuk ook wel toe dat hij niet weet hoe zo’n neutrale leerkracht er dan wel moet uitzien. Welk diploma moet zo’n leerkracht hebben, wie stelt het leerplan op, wie inspecteert de lessen, …? Hij vindt dat ouders die hun kinderen in hun traditie willen opvoeden, dat op eigen initiatief moeten doen, desnoods met overheidssteun voor de extra kosten

Zullen we ook eens rekenen met aantallen? 70% van ons onderwijs is katholiek, waar iedereen verplicht katholieke godsdienst volgt en waar men er in de verste verte niet aan denkt om een kritisch vak over levensbeschouwingen in te voeren en zij worden daarin grondwettelijk gesteund; 30% is staatsonderwijs waar het vak zedenleer alleen in het secundair de grootste groep leerlingen bereikt.  Resultaat: het vrijzinnige vak wordt afgeschaft en de grote winnaar is de katholieke kerk, inrichtende macht van het vak katholieke godsdienst. Gaan we dat laten gebeuren?

De reactie tegen dat eenheidsvak is mijns inziens ook terecht om nog andere redenen, zoals blijkt uit het congres ‘De Toekomst van de Levensbeschouwelijke Vakken’ (n.a.v. 50 jaar Schoolpact) op 15/16 maart 2010 te Brussel.

Talrijke sprekers lieten hun licht schijnen op deze problematiek. Ik wens hier een paar interessante ideeën te vermelden.

Van de eerste spreker (Luc Devuyst, ere-inspecteur NCZ) heb ik zijn conclusie onthouden. Hij zei: “Een korte geschiedenis van het vak niet-confessionele zedenleer toont dat in een laatste fase – de grondwettelijke erkenning van de niet-confessionele levensbeschouwing  (1993) – een hele gemeenschap werd erkend via die cursus NCZ”. Wie die cursus wil afschaffen, raakt de hele levensbeschouwing die daar achter zit.

Tijdens het congres werd ook een beeld geschetst buiten Vlaanderen.

Van de Franstalige Gemeenschap (Claude Wachtelaer, pedagogisch inspecteur in Brussel) hebben we vernomen dat de situatie van de cursus ‘morale laïque’ niet rooskleurig is: de ‘Groupement des Enseignants de Morale’ bestaat sinds kort niet meer, de leerlingenaantallen van de cursus dalen, leraars zijn niet altijd vrijzinnig en de georganiseerde vrijzinnigheid in de Franstalige gemeenschap houdt er zich niet mee bezig. Volgend voorbeeld schetst de problematiek op treffende wijze: in 2009 werd een Getuige van Jehovah aangesteld als leraar NCZ!

In Nederland is men druk bezig met de cursus HVO (Humanistisch VormingsOnderwijs) te profileren in het onderwijslandschap. Die cursus bestaat er sinds 1969, maar pas sinds dit schooljaar wordt het landelijk bekostigd. In Nederland voeren nu ook katholieke en protestantse scholen het vak Levensbeschouwing in “omdat zij beseffen dat de minderheid van hun leerlingen katholiek of protestant is”. Ze vinden dat de leerkrachten HVO het best geplaatst zijn om dat vak te geven. Een ideetje voor onze Vlaamse katholieke scholen? De spreekster Tryntsje De Groot (ondertussen helaas overleden) kwam wel met een duidelijk standpunt naar voren: alle scholen openbaar maken en keuze aanbieden tussen de verschillende levensbeschouwingen.

In de regio Berlijn kent men sinds 1984 de cursus Lebenskunde. De leerlingenaantallen stijgen er spectaculair voor deze Duitse tegenhanger van NCZ: van 178 leerlingen in 1984 tot 48 444 leerlingen in 2009/2010; en er is een toenemende professionalisering. Niemand denkt daar aan het vak af te bouwen, wel integendeel. Interessant historisch weetje: na WO II was het in Berlijn onmogelijk om godsdienstonderwijs te verplichten wegens de aanwezigheid van een van de 4 bezettingsmachten, de Sovjets.

Tot besluit kunnen we stellen dat Vlaanderen een zeer goed georganiseerde situatie heeft bereikt, waar men in het buitenland alleen maar van kan dromen.

Ook buiten Europa kijkt men naar de waarde van een pluralistische officiële school. Het is een maatschappelijk laboratorium waar men ook in de VS naar kijkt als naar een ideaaltype voor de democratische seculiere maatschappij.

Het schoolpact heeft dus een enorme bijdrage geleverd om dit model in België te realiseren. Mijn antwoord op de vraag van Patrick Loobuyck, nl. heeft de tijd het Schoolpact ingehaald?, is weloverwogen en hierboven goed onderbouwd: nee.

Ook al vloeken sommige directeurs op de complexiteit die het levensbeschouwelijk onderwijs met zich meebrengt (uurroosters, lokalen, specifieke regels, …), dan mogen deze praktische bezwaren niet opwegen tegen de maatschappelijke waarde van ons levensbeschouwelijk pluralistisch systeem. Het is een fundamentele waarde van onze moderne staat, en wie prutst aan fundamenten, ondermijnt de stevigheid van het gebouw. Gaan we het gebouw laten instorten?

 

De cursus NCZ heeft een toekomst.

Kurt Geeraerts, OVM-Halle

How to choose the best web hosting company and put your business to the next level.

Laatste nieuws

Jeugdvakantie te Ovifat op 27/28/29 december 2015

 

FVJ 2017: zondag 21 mei

 

Foto’s en video FVJ 2015

 

FVJ 2013 Video

 

Liedjeswedstrijd Ovifat 2013

Joomla Templates designed by Joomla Hosting Developed by IOZA.